Citaat | Hoge Raad 2 december 2011

Alinea 48 Hoge Raad 2 december 2011

Een alinea uit Hoge Raad 2 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT7596.

"Met de aanvankelijk opgenomen beperkingen blijken de grenzen van het pleitrecht - in het bijzonder in het geval dat na een comparitie van antwoord nog bewijsverrichtingen plaats hebben of stukken in het geding worden gebracht - te eng getrokken, zodat aanpassing geboden is. Naar de gewijzigde redactie wordt aan partijen desverlangd gelegenheid voor pleidooien gelaten voordat de rechter over de zaak beslist. Deze regel lijdt uitzondering wanneer de zaak naar het oordeel van de rechter na een comparitie na antwoord kan worden beslist en partijen zich ter comparitie in voldoende mate mondeling over de zaak hebben kunnen uitlaten. (...) Hebben er na comparitie nog bewijsverrichtingen plaatsgehad of zijn er nog stukken in het geding gebracht, dan hebben partijen recht op pleidooi." (Nota naar aanleiding van het verslag, Kamerstukken II, 1999-2000, 26 855, nr. 5, blz. 61)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/15a4635eebda5d471f7cb19b4a5696dc6d60ee710a9772fa6f417059c99a9c9a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 15a4635eebda5d471f7cb19b4a5696dc6d60ee710a9772fa6f417059c99a9c9a, en de alinea staat in dat document op bytes 13232 tot 14124.