Citaat | Hoge Raad 4 november 2011

Alinea 38 Hoge Raad 4 november 2011

Een alinea uit Hoge Raad 4 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BU3271.

3.3.3 Deze klacht faalt. Het staat de appelrechter vrij om ook zonder betoog van de zijde van de ouder die van de andere ouder een bijdrage in het onderhoud van de kinderen verzoekt, de door hem volgens de wettelijke maatstaven bepaalde lagere bijdrage pas op het tijdstip van de beslissing in hoger beroep te laten ingaan. Daarvoor is nodig dat de stellingen van partijen het oordeel kunnen dragen dat een eerdere ingangsdatum door de daarmee gepaard gaande terugbetalingsverplichting tot zodanig ingrijpende gevolgen leidt, dat in redelijkheid geen terugbetaling kan worden verlangd (zie genoemde beschikking van 26 juni 2009). Dit laatste heeft het hof, voor zover blijkt, niet miskend. Zijn oordeel dat van ingrijpende gevolgen sprake is, berust op de hiervoor in 3.3.1 sub (i) tot en met (iii) vermelde feiten, waarvan, bij gebreke van daarop gerichte klachten, in cassatie uitgangspunt moet zijn dat deze op deugdelijke wijze in deze procedure zijn aangevoerd en komen vast te staan. Dat oordeel is feitelijk en niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/18ea424a7080d51de94d953af191442fe442ba58da36fd136fb1ef77d5de1643. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 18ea424a7080d51de94d953af191442fe442ba58da36fd136fb1ef77d5de1643, en de alinea staat in dat document op bytes 10897 tot 11948.