Citaat | Hoge Raad 18 november 2011

Alinea 22 Hoge Raad 18 november 2011

Een alinea uit Hoge Raad 18 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BU4804.

3.4.2. Anders dan de middelen 2 en 3 veronderstellen, blijkt uit 's Hofs uitspraak niet dat het Hof in zijn beoordeling slechts heeft betrokken hetgeen belanghebbende in de procedure voor het Hof heeft aangevoerd. Met zijn door de middelen bestreden oordeel heeft het Hof tot uitdrukking gebracht dat hetgeen in het Besluit, waarnaar belanghebbende ook reeds in haar beroepschrift voor de Rechtbank heeft verwezen, is opgemerkt omtrent de toetsing aan het gebruikelijkheidscriterium bij man-vrouwfirma's in de detailhandel niet kan bijdragen aan de beantwoording van de vraag of een man-vrouwfirma in een geval als dat van belanghebbende, waarin de winkel slechts een onderdeel is van de ondernemingsactiviteiten, niet ongebruikelijk is. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering. De middelen 2 en 3 falen eveneens.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b698bcc0f430686ae1b6be86fcefbe69f3649ce18dc3e0491c00b7d51a045f23. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b698bcc0f430686ae1b6be86fcefbe69f3649ce18dc3e0491c00b7d51a045f23, en de alinea staat in dat document op bytes 8106 tot 8962.