Citaat | Hoge Raad 25 november 2011

Alinea 21 Hoge Raad 25 november 2011

Een alinea uit Hoge Raad 25 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BU5625.

3.4.1. Uit 's Hofs uitspraak of de stukken van het geding blijkt niet dat de Inspecteur in de bezwaarfase een schriftelijke machtiging van C heeft verlangd. Evenmin blijkt daaruit dat de Inspecteur in de bezwaarfase of in de procedure voor de Rechtbank de vertegenwoordigingsbevoegdheid van C in de bezwaar- en beroepsfase ter discussie heeft gesteld. De Rechtbank is blijkens haar uitspraak ervan uitgegaan dat C die bevoegdheid had. De kwestie van zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid is pas in hoger beroep onderwerp van geschil geworden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbef242ce94838f896a430c62d12ae49f97796ca9d929ed8b7d4d3681260e56a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbef242ce94838f896a430c62d12ae49f97796ca9d929ed8b7d4d3681260e56a, en de alinea staat in dat document op bytes 7575 tot 8129.