Citaat | Hoge Raad 29 november 2011

Alinea 23 Hoge Raad 29 november 2011

Een alinea uit Hoge Raad 29 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BU6207.

(nrs. 6 e.v.) dat de verdachte geen eerlijk proces, als bedoeld in artikel 6 EVRM, heeft gekregen en dat het openbaar ministerie daarom niet-ontvankelijk in zijn vervolging moet worden verklaard. De raadsman heeft daartoe - kort en zakelijk weergegeven - aangevoerd dat het proces op geheime stukken en op informatie van een geheime organisatie, de AIVD, berust. De verdediging heeft die stukken en die informatie onvoldoende kunnen toetsen en betwisten, mede omdat de verdachte en een aantal getuigen aan hun geheimhoudingsverplichtingen waren gebonden. Zo heeft in hoger beroep het openbaar ministerie de verdachte via zijn raadsman nog gemaand zich te onthouden van schending van (veronderstelde) staatsgeheimen, op straffe van vervolging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0691cfc2eb902553b3720ab36cdef5b52e1c97887e4d8413211fcbaffadaefc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0691cfc2eb902553b3720ab36cdef5b52e1c97887e4d8413211fcbaffadaefc, en de alinea staat in dat document op bytes 11481 tot 12237.