Citaat | Hoge Raad 29 november 2011

Alinea 43 Hoge Raad 29 november 2011

Een alinea uit Hoge Raad 29 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BU6207.

Overigens heeft de raadsman op geen enkele wijze concreet aangegeven in welk opzicht de verdachte anderszins door de bedoelde beperkingen in zijn verdediging zou zijn geschaad; dát van zodanige schade wellicht sprake zou kunnen zijn is het hof op geen enkele wijze anderszins gebleken. Het hof onderkent overigens dat in abstracto een verdachte die zijn verdedigingsrechten geldend maakt door zijn geheimhoudingsplicht niet te eerbiedigen zich in een oncomfortabele positie bevindt omdat hij er maar op moet vertrouwen dat zijn beroep op de noodzaak zulks te doen door openbaar ministerie of rechter zal worden gehonoreerd. Het hof vermag evenwel niet in te zien dat de equality of arms dan wel het nemo tenetur-beginsel hierbij in het geding zouden zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0691cfc2eb902553b3720ab36cdef5b52e1c97887e4d8413211fcbaffadaefc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0691cfc2eb902553b3720ab36cdef5b52e1c97887e4d8413211fcbaffadaefc, en de alinea staat in dat document op bytes 21847 tot 22617.