Citaat | Hoge Raad 29 november 2011

Alinea 73 Hoge Raad 29 november 2011

Een alinea uit Hoge Raad 29 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BU6207.

3.6. De klacht van het middel dat het Hof de verdachte geen compensatie heeft geboden voor de uit de geheimhoudingsverplichtingen van de AIVD voortvloeiende beperkingen die de verdediging heeft ondervonden, berust deels op een onjuiste lezing van de bestreden uitspraak. Het Hof heeft immers (par. 9.1.6) wat betreft de toetsing door de verdediging van het belastende materiaal geoordeeld dat de verdachte "ter compensatie" in eerste aanleg in de gelegenheid is gesteld de stukken die naar het oordeel van de AIVD van staatsgeheime aard waren in te zien en zich daaromtrent met zijn raadsman te beraden, terwijl de geschoonde stukken zowel in eerste aanleg als in hoger beroep voor de verdachte en zijn raadsman ter inzage hebben gelegen. De klacht dat geen compensatie is geboden treft ook voor het overige geen doel omdat zij eraan voorbijziet dat het Hof (par. 9.1.8. t/m 9.1.11) de mogelijke beperkingen die de verdediging in ander opzicht heeft ondervonden onder ogen heeft gezien, waarbij het uiteindelijk tot het - niet van een onjuiste rechtsopvatting getuigende en niet onbegrijpelijke -oordeel is gekomen dat van zodanige beperkingen geen sprake is geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0691cfc2eb902553b3720ab36cdef5b52e1c97887e4d8413211fcbaffadaefc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0691cfc2eb902553b3720ab36cdef5b52e1c97887e4d8413211fcbaffadaefc, en de alinea staat in dat document op bytes 34419 tot 35600.