Citaat | Hoge Raad 2 december 2011

Alinea 46 Hoge Raad 2 december 2011

Een alinea uit Hoge Raad 2 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BU6591.

3.4 In de onderhavige zaak is aan de orde vanaf welke datum de uit deze omzetting voortvloeiende vordering rentedragend is geworden. Voor zover partijen niet anders zijn overeengekomen, of uit de aard van hun overeenkomst dan wel de maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet anders voortvloeit, volgt uit art. 6:119 BW dat de vordering rentedragend is met ingang van het moment waarop zij opeisbaar is geworden, terwijl de schuldenaar met voldoening daarvan in verzuim is geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/18e2216fd321a6677a3699d0faa9547fb58156708eb6fa93c06ad1ace02e68fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 18e2216fd321a6677a3699d0faa9547fb58156708eb6fa93c06ad1ace02e68fa, en de alinea staat in dat document op bytes 16388 tot 16887.