Citaat | Hoge Raad 2 december 2011
Alinea 49 Hoge Raad 2 december 2011
Een alinea uit Hoge Raad 2 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BU6591.
3.6 Het vorenstaande brengt mee dat de Hoge Raad terugkomt van zijn hiervoor in 3.3 aangehaalde arrest van 6 december 2002, voor zover daarin is overwogen dat moet worden aangenomen dat nakoming van hetgeen op grond van de finale verrekenplicht aan een van de echtgenoten is verschuldigd, eerst bij het einde van het huwelijk kan worden gevorderd, zodat ingevolge art. 3:313 BW de verjaringstermijn eerst dan begint te lopen. In dit verband verdient opmerking dat de thans (ten opzichte van het arrest van 2002) aanvaarde vervroeging van het moment waarop de door omzetting ontstane finale verrekeningsplicht ontstaat, niet meebrengt dat de vordering kan verjaren voordat het huwelijk is beëindigd. Ingevolge art. 3:321 lid 1, aanhef en onder a, BW bestaat immers een grond voor verlenging van de verjaring tussen niet van tafel en bed gescheiden echtgenoten, terwijl 3:320 BW bepaalt dat, wanneer een verjaringstermijn zou aflopen tijdens het bestaan van een verlengingsgrond of binnen zes maanden na het verdwijnen daarvan, de termijn doorloopt totdat zes maanden na het verdwijnen van die grond zijn verstreken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/18e2216fd321a6677a3699d0faa9547fb58156708eb6fa93c06ad1ace02e68fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 18e2216fd321a6677a3699d0faa9547fb58156708eb6fa93c06ad1ace02e68fa, en de alinea staat in dat document op bytes 19583 tot 20712.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/18e2216fd321a6677a3699d0faa9547fb58156708eb6fa93c06ad1ace02e68fa | shasum -a 256