Citaat | Hoge Raad 13 april 2012
Alinea 39 Hoge Raad 13 april 2012
Een alinea uit Hoge Raad 13 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BP6667.
3.3.5. Het in 3.3.2, 3.3.3 en 3.3.4 overwogene tegen elkaar afwegend komt de Hoge Raad tot het oordeel dat het Hof terecht aan zijn beslissing ten grondslag heeft gelegd de opvatting dat een vermogensbestanddeel dat na beëindiging van een feitelijke terbeschikkingstelling in de zin van artikel 3.92, lid 1, aanhef en letter a, Wet IB 2001, wordt aangehouden in afwachting van een geschikte gelegenheid tot vervreemding tot het moment van de verkoop en levering tot het werkzaamheidsvermogen blijft behoren. De middelen I tot en met IV falen derhalve.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9315705fe112ba82e9833b036b0e2f4e1399886e6a23a4fbcc4eae656d5cbff8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9315705fe112ba82e9833b036b0e2f4e1399886e6a23a4fbcc4eae656d5cbff8, en de alinea staat in dat document op bytes 17452 tot 18017.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9315705fe112ba82e9833b036b0e2f4e1399886e6a23a4fbcc4eae656d5cbff8 | shasum -a 256