Citaat | Hoge Raad 6 april 2012

Alinea 31 Hoge Raad 6 april 2012

Een alinea uit Hoge Raad 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BQ2085.

In dit verband rijst de vraag of de uitoefening van fiscale bevoegdheden door lidstaten op het gebied van de registratiebelastingen onbegrensd is. Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat de omstandigheid dat twee lidstaten elk hun bevoegdheid uitoefenen om een belasting te heffen, resulterend in een dubbele heffing, nog niet tot de conclusie leidt dat daarom in strijd met het Europese recht belasting wordt geheven (vgl. HvJ 12 mei 1998, Gilly, C-336/96, BNB 1998/305, en HvJ 5 juli 2005, D, C-376/03, BNB 2006/1). Maar volgt hieruit ook dat het evenredigheidsbeginsel in het kader van de heffing van een registratiebelasting in een geval als het onderhavige geen corrigerende werking kan hebben? En zo dat beginssel corrigerende werking kan hebben, brengt dit beginsel dan mee dat die lidstaten of één van de lidstaten zich moet(en) beperken in die uitoefening van fiscale bevoegdheden, en op welke wijze dient die beperking dan vorm te krijgen?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c28db22fab1e898862b43250e1f8eabc1a1041497203f7604a65886e1e82da9f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c28db22fab1e898862b43250e1f8eabc1a1041497203f7604a65886e1e82da9f, en de alinea staat in dat document op bytes 13493 tot 14460.