Citaat | Hoge Raad 19 oktober 2012
Alinea 22 Hoge Raad 19 oktober 2012
Een alinea uit Hoge Raad 19 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BQ4724.
Naar het oordeel van het hof was de machtiging tot uithuisplaatsing weliswaar terecht verleend, maar was deze met ingang van 21 augustus 2008 vervallen, nu vaststaat dat deze gedurende drie maanden niet ten uitvoer was gelegd. Volgens het hof is de termijn van drie maanden, vermeld in art. 1:262 lid 3 BW, waarbinnen de tenuitvoerlegging van een machtiging tot uithuisplaatsing op straffe van verval dient te geschieden, ook van toepassing op een machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten inrichting als bedoeld in art. 29b Wjz. Het voorschrift van art. 1:262 lid 3 BW is bij geen enkele wijziging van de Wjz buiten toepassing verklaard voor de machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten inrichting op de voet van art. 29b Wjz, terwijl bij de wijzigingen van de Wjz de geldigheidsduur van andere machtigingen, waarop art. 1:262 lid 3 BW van toepassing is, evenmin aan de orde is geweest. Uit een en ander leidt het hof af dat art. 1:262 lid 3 BW onverkort van toepassing is op de onderhavige machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten inrichting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/02b7eac02a2bfca3ce9094ea28238359b319367320cc4836ce025cc1230f8578. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 02b7eac02a2bfca3ce9094ea28238359b319367320cc4836ce025cc1230f8578, en de alinea staat in dat document op bytes 8032 tot 9108.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/02b7eac02a2bfca3ce9094ea28238359b319367320cc4836ce025cc1230f8578 | shasum -a 256