Citaat | Hoge Raad 19 oktober 2012

Alinea 28 Hoge Raad 19 oktober 2012

Een alinea uit Hoge Raad 19 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BQ4724.

3.4.4 Opmerking verdient nog dat de jeugdige, evenals iedere andere belanghebbende, die meent dat feiten die na de verlening van de machtiging zijn voorgevallen of aan het licht zijn getreden, meebrengen dat de tenuitvoerlegging van de machtiging klaarblijkelijk een noodtoestand voor de jeugdige zal doen ontstaan, zodat onverwijlde tenuitvoerlegging van de machtiging onaanvaardbaar is, zich op de voet van art. 438 Rv kan wenden tot de rechter, zo nodig in kort geding, om schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/02b7eac02a2bfca3ce9094ea28238359b319367320cc4836ce025cc1230f8578. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 02b7eac02a2bfca3ce9094ea28238359b319367320cc4836ce025cc1230f8578, en de alinea staat in dat document op bytes 14468 tot 15004.