Citaat | Hoge Raad 6 maart 2012

Alinea 115 Hoge Raad 6 maart 2012

Een alinea uit Hoge Raad 6 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BQ8596.

Naar het oordeel van het hof dient het verweer - ook als de uitleg van de verdediging van artikel 126dd van het Wetboek van Strafvordering wordt gevolgd - te worden verworpen, omdat op het moment dat de officier van justitie toestemming gaf voor de overdracht van de gegevens sprake was van een redelijk vermoeden dat een of meer strafbare feiten waren gepleegd. De omstandigheid dat vervolgens door een fiscaal deskundige nader en grondiger wordt onderzocht of inderdaad sprake is van een redelijk vermoeden dat fiscale delicten of daaraan verwante delicten zijn begaan, doet niet af aan het feit dat de officier van justitie in juni 2003 in overeenstemming met het bepaalde in artikel 126dd van het Wetboek van Strafvordering heeft gehandeld. Op basis van de toen beschikbare informatie kon zij bepalen dat de tapgegevens voor fiscaal strafrechtelijk onderzoek konden worden gebruikt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/22b26115e60fbadb64dc273db77df2393ca0de05be2399cea05b18d2ac68cc8d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 22b26115e60fbadb64dc273db77df2393ca0de05be2399cea05b18d2ac68cc8d, en de alinea staat in dat document op bytes 30237 tot 31136.