Citaat | Hoge Raad 6 maart 2012
Alinea 413 Hoge Raad 6 maart 2012
Een alinea uit Hoge Raad 6 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BQ8596.
5.6. Opmerking verdient nog het volgende. In de toelichting op het middel wordt onder meer een beroep gedaan op HR 6 december 2005, LJN AU2246, NJ 2007/455. In dat arrest heeft de Hoge Raad, voor zover te dezen van belang, slechts geoordeeld over het specifieke geval dat zo de rechter in de zaak tegen de verdachte daadwerkelijk vaststelt dat bij zijn mededader het vereiste opzet ontbrak, dit vanwege het kennelijk ontbreken van bewuste samenwerking in de weg staat aan het oordeel van diezelfde rechter in diezelfde zaak dat de verdachte het feit met de desbetreffende mededader heeft medegepleegd. Hieruit kan echter niet volgen dat bij een veroordeling ter zake van het medeplegen van een opzetdelict steeds uit de bewijsvoering - naast het opzet van de verdachte - het opzet van zijn mededaders moet kunnen volgen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/22b26115e60fbadb64dc273db77df2393ca0de05be2399cea05b18d2ac68cc8d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 22b26115e60fbadb64dc273db77df2393ca0de05be2399cea05b18d2ac68cc8d, en de alinea staat in dat document op bytes 90900 tot 91733.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/22b26115e60fbadb64dc273db77df2393ca0de05be2399cea05b18d2ac68cc8d | shasum -a 256