Citaat | Hoge Raad 6 maart 2012
Alinea 461 Hoge Raad 6 maart 2012
Een alinea uit Hoge Raad 6 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BQ8596.
7.4. Uit de hiervoor weergegeven samenvatting van het verweer volgt dat het pleitbare standpunt waarop ten overstaan van het Hof een beroep is gedaan, inhield dat de verdachte redelijkerwijs kon en mocht menen dat [betrokkene 1] gelet op de door het Hof genoemde belastingverdragen België-Nederland geen inwoner van Nederland was, en daarom zijn wereldinkomen niet in Nederland behoefde aan te geven. Voorts volgt uit 's Hofs overwegingen ter verwerping van dit verweer, dat de verdachte dit standpunt niet huldigde ten tijde van het doen van de in de bewezenverklaring bedoelde aangiften, doch dat hij destijds ervan uitging dat die aangiften onjuist waren en hij als een op dit terrein werkzame belastingadviseur ook moet hebben geweten dat die aangiften onjuist waren ingevuld. Aldus volgt uit de feitelijke en niet-onbegrijpelijke vaststellingen van het Hof dat de verdachte niet heeft gehandeld in de veronderstelling dat de wijze waarop de aangiften werden gedaan toelaatbaar was. Hierop stuit het middel af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/22b26115e60fbadb64dc273db77df2393ca0de05be2399cea05b18d2ac68cc8d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 22b26115e60fbadb64dc273db77df2393ca0de05be2399cea05b18d2ac68cc8d, en de alinea staat in dat document op bytes 113698 tot 114726.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/22b26115e60fbadb64dc273db77df2393ca0de05be2399cea05b18d2ac68cc8d | shasum -a 256