Citaat | Hoge Raad 6 maart 2012
Alinea 32 Hoge Raad 6 maart 2012
Een alinea uit Hoge Raad 6 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BR1149.
De verdachte heeft een 85 jarige weerloze vrouw een vreselijke dood laten sterven. Zij is op gruwelijke wijze op klaarlichte dag door de verdachte, met wie zij op vriendschappelijke voet omging, in wie zij vertrouwen had en met wie zij net een kopje koffie had gedronken, doodgeslagen in haar eigen woning, waar zij zich bij uitstek veilig mocht voelen. De verdachte heeft haar meermalen, ook terwijl zij aan hem trachtte te ontkomen, op haar hoofd en in haar gezicht geslagen. De verdachte wist dat zij nog leefde op het moment dat hij de woning verliet, en moet zich gezien de toegebrachte slagen hebben gerealiseerd dat zij ernstig, mogelijk levensbedreigend, gewond was. Desondanks heeft de verdachte haar de noodzakelijke hulp onthouden en de deur achter zich dicht getrokken zonder zich verder om het slachtoffer te bekommeren. Evenmin heeft hij - al ware het maar anoniem - op andere wijze voor medische hulp gezorgd. Daardoor heeft het slachtoffer mogelijk nog uren moeten lijden in de wetenschap dat zij, alleen, lag dood te gaan. De verdachte heeft op schaamteloze wijze inbreuk gemaakt op het vertrouwen van het slachtoffer en haar leven welbewust uit zelfzucht opgeofferd. De verdachte handelde daarbij uitsluitend om in zijn gokschulden te kunnen voorzien. Het slachtoffer stond ondanks enig lichamelijk ongemak zeer actief in het leven. Uit het dossier en uit hetgeen ter terechtzitting van dit hof door één van haar vrienden naar voren is gebracht blijkt overtuigend van de leegte die zij achterlaat, het verdriet en het onbegrip over haar gruwelijke dood dat zij voelen en de grote invloed die dit feit nog steeds op hun leven heeft. Hoewel de verdachte volhoudt in paniek te hebben gehandeld, is hij met de van het slachtoffer gestolen bankpas nog diezelfde middag in koelen bloede gaan pinnen. Het hof rekent dit de verdachte zwaar aan. Dat het hem niet is gelukt de rekening van het slachtoffer te plunderen, is louter te danken aan het toevallige feit dat hij zich niet de juiste pincode had verschaft. De verdachte heeft zich niet als dader bij de politie gemeld. Toen hij als getuige werd benaderd op 27 december 2007 en op 2 januari 2008 als getuige werd gehoord, heeft hij onwetendheid en geschoktheid geveinsd. Hij heeft zijn ontmaskering afgewacht. Na zijn aanhouding heeft hij eerst ontkend iets met haar dood te maken te hebben gehad en pas op 12 januari 2008 een bekennende verklaring afgelegd. Dat maakt het moeilijk te geloven dat hetgeen de verdachte op 7 december het slachtoffer heeft aangedaan, hem werkelijk diep heeft geschokt en dat hij zijn handelen oprecht betreurt. Vele onschuldige anderen uit de kring van het slachtoffer en in het complex waar zij woonde zijn hierdoor betrokken geraakt bij een strafrechtelijk onderzoek waar zij ongetwijfeld liever buiten waren gebleven. Ook staat het onder 1 primair bewezen verklaarde feit niet op zichzelf. Voorafgaand aan de gebeurtenissen op 7 december 2007 heeft de verdachte op 30 november 2007 twee ringen van het slachtoffer gestolen in de hoop met de opbrengst daarvan gokschulden te kunnen voldoen. De verdachte is na deze diefstal nog meermalen bij het slachtoffer in haar woning geweest. Die gelegenheden heeft hij niet aangegrepen om deze diefstal te bekennen en uit te leggen; hij heeft bewust ervoor gekozen zijn handelen te verzwijgen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/728582d2fc01a13025c502d47c5b43f05f5d8557d90c5a658d691cf2e7a214a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 728582d2fc01a13025c502d47c5b43f05f5d8557d90c5a658d691cf2e7a214a4, en de alinea staat in dat document op bytes 17071 tot 20417.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/728582d2fc01a13025c502d47c5b43f05f5d8557d90c5a658d691cf2e7a214a4 | shasum -a 256