Citaat | Hoge Raad 27 maart 2012
Alinea 20 Hoge Raad 27 maart 2012
Een alinea uit Hoge Raad 27 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT6397.
In 2006 hebben [medeverdachte 1] en verdachte voorts op verschillende momenten drie mannen, te weten [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4], in een bil geïnjecteerd met hiv-besmet bloed van [verdachte]. [Slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] werden in het voorjaar van 2006 geïnjecteerd. Bij [slachtoffer 4] vond dit plaats tussen mei en 24 september 2006 van dat jaar. [Slachtoffer 2] bleek op 1 mei 2006 hiv-positief, [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] in mei 2006 respectievelijk op 29 september 2006, in het voorjaar van 2006 hebben [medeverdachte 1] en verdachte een vierde man, [betrokkene 1], wel met een injectienaald in zijn bil geprikt, maar het met hiv-besmette bloed vervolgens niet daadwerkelijk kunnen injecteren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1fadfaad2bdfd015ffe5c8ce98557e6878f51ecedb98b33aa10931b728dc0be6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1fadfaad2bdfd015ffe5c8ce98557e6878f51ecedb98b33aa10931b728dc0be6, en de alinea staat in dat document op bytes 10191 tot 10942.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1fadfaad2bdfd015ffe5c8ce98557e6878f51ecedb98b33aa10931b728dc0be6 | shasum -a 256