Citaat | Hoge Raad 27 maart 2012
Alinea 45 Hoge Raad 27 maart 2012
Een alinea uit Hoge Raad 27 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT6397.
2.4.3. Een dergelijke onzekerheid behoeft niet per se te leiden tot het oordeel dat het gevolg reeds daarom niet meer redelijkerwijs aan (een gedraging van) de verdachte kan worden toegerekend. In eerdere rechtspraak is onder meer beslist dat in dit verband van belang kan zijn in hoeverre de verdachte met zijn gedragingen de kans op het intreden van het gevolg heeft verhoogd (vgl. HR 30 september 2003, LJN AF9666, NJ 2005/69), dat enerzijds bepaald meer moet worden vastgesteld dan dat niet kan worden uitgesloten dat het gevolg door de gedraging is veroorzaakt (vgl. HR 3 juni 2008, LJN BC6907, NJ 2008/343), maar dat anderzijds aan het aannemen van het causaal verband niet in de weg behoeft te staan een hoogst onwaarschijnlijke mogelijkheid dat een andere omstandigheid die geen verband houdt met de gedraging van de verdachte tot het gevolg heeft geleid (vgl. HR 13 juni 2006, LJN AV8535, NJ 2007/48) of dat niet geheel kan worden uitgesloten dat latere handelingen van derden mede hebben geleid tot het gevolg (vgl. HR 28 november 2006, LJN AZ0247, NJ 2007/49).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1fadfaad2bdfd015ffe5c8ce98557e6878f51ecedb98b33aa10931b728dc0be6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1fadfaad2bdfd015ffe5c8ce98557e6878f51ecedb98b33aa10931b728dc0be6, en de alinea staat in dat document op bytes 21100 tot 22184.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1fadfaad2bdfd015ffe5c8ce98557e6878f51ecedb98b33aa10931b728dc0be6 | shasum -a 256