Citaat | Hoge Raad 6 maart 2012
Alinea 146 Hoge Raad 6 maart 2012
Een alinea uit Hoge Raad 6 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT6458.
De verklaringen van [slachtoffer] vinden op veel onderdelen steun in ander bewijsmateriaal, waarover hierna meer. Het meest overtuigend objectief steunbewijs levert het aantreffen van [slachtoffer]s bloed daags na de ontvoering in de loods aan de [b-straat 1] te Lelystad. De objectiviteit wordt onderstreept door het feit dat [slachtoffer] er op geen enkel moment blijk van heeft gegeven te hebben geweten in welke loods zijn ontvoerders met hem bezig zijn geweest. Het vinden van die locatie, zo blijkt immers uit het proces-verbaal van inspecteur [verbalisant 20] (p. 05 121), is te danken aan het - naar moet worden aangenomen - voor [slachtoffer] onbekende feit dat de politie bij een routinecontrole eind januari 2008 [medeverdachte 2] in die loods had aangetroffen en aangesproken. Opmerking verdient nog dat gesteld noch gebleken is dat [slachtoffer] ooit in de loods is geweest voordat zijn ontvoerders hem daar naartoe brachten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/da1df7dac4fbdca1e43cf113377ed41b809e5dbd90ae136e1064f63e122166c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt da1df7dac4fbdca1e43cf113377ed41b809e5dbd90ae136e1064f63e122166c9, en de alinea staat in dat document op bytes 43805 tot 44756.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/da1df7dac4fbdca1e43cf113377ed41b809e5dbd90ae136e1064f63e122166c9 | shasum -a 256