Citaat | Hoge Raad 6 maart 2012
Alinea 149 Hoge Raad 6 maart 2012
Een alinea uit Hoge Raad 6 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT6458.
De advocaat-generaal heeft zich, onder verwijzing naar de (nieuwe) uitleg die de Hoge Raad sinds 30 juni 2009 geeft aan de zogenoemde unus testis nullus testis-regel van artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, op het standpunt gesteld dat onvoldoende steun bewijs voorhanden is om het daderschap van de verdachte te kunnen vaststellen. Het hof deelt dit standpunt niet. Zoals hiervoor is overwogen vindt de verklaring van [slachtoffer], met name waar het het feit betreft dat hem de dingen zijn aangedaan waarover hij heeft verklaard en die ten laste zijn gelegd, voldoende steun in ander, van [slachtoffer] onafhankelijk bewijsmateriaal. (Ook) de huidige interpretatie van de hiervoor bedoelde bewijsminimumregel staat er niet aan in de weg dat het daderschap van de verdachte wordt aangenomen op basis van één bewijsmiddel, in dit geval de verklaring van [slachtoffer]. Dat is wat het hof doet. Het hof acht de verdachte dan ook strafrechtelijk aansprakelijk voor het medeplegen van de ten laste gelegde vrijheidsberoving van [slachtoffer].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/da1df7dac4fbdca1e43cf113377ed41b809e5dbd90ae136e1064f63e122166c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt da1df7dac4fbdca1e43cf113377ed41b809e5dbd90ae136e1064f63e122166c9, en de alinea staat in dat document op bytes 45516 tot 46595.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/da1df7dac4fbdca1e43cf113377ed41b809e5dbd90ae136e1064f63e122166c9 | shasum -a 256