Citaat | Hoge Raad 6 maart 2012

Alinea 39 Hoge Raad 6 maart 2012

Een alinea uit Hoge Raad 6 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT6458.

Bij de McDonalds aangekomen zag ik een zilveren BMW staan. Ik zag achter het stuur [medeverdachte 1] zitten. Ik parkeerde mijn auto naast de BMW. Ik probeerde de deur van de bijrijderkant te openen maar die zat dicht. Vervolgens deed ik de deur aan de achterzijde open en stapte in. Ik zag toen dat het jongste broertje van [medeverdachte 1] ook achterin zat. Het broertje gaf mij een hand en ik hoorde hem zeggen dat hij mij lang niet gezien had. [Medeverdachte 1] gaf me ook een hand. Ik hoorde [medeverdachte 1] zeggen dat hij met me wilde babbelen maar dit niet hier wilde doen. Ineens bedacht ik dat ik mijn auto niet op slot had gedaan en mijn autoradio had laten zitten. Ik wilde het portier openen maar dit lukte niet. [Medeverdachte 1] zei dat het kinderslot op het portier zat. Ik zag dat het broertje van [medeverdachte 1] uitstapte en om de auto heen liep. Ik zag dat hij vervolgens mijn portier opende en mij liet uitstappen. Ik pakte mijn autoradio en sloot mijn auto af. Ik ben vervolgens weer ingestapt. Het broertje zat weer naast mij.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/da1df7dac4fbdca1e43cf113377ed41b809e5dbd90ae136e1064f63e122166c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt da1df7dac4fbdca1e43cf113377ed41b809e5dbd90ae136e1064f63e122166c9, en de alinea staat in dat document op bytes 10740 tot 11805.