Citaat | Hoge Raad 6 maart 2012
Alinea 40 Hoge Raad 6 maart 2012
Een alinea uit Hoge Raad 6 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT6458.
[Medeverdachte 1] begon te rijden. Ik hoorde hem zeggen dat hij tegenwoordig niemand meer kon vertrouwen. Ik begreep in eerste instantie niet dat ze mij hiermee bedoelden. [Medeverdachte 1] bleef het maar hebben over vertrouwen. Ik kreeg het idee dat hij was bestolen maar ik wist niet wat hij bedoelde. Tijdens het gesprek ben ik de weg kwijtgeraakt. Hij nam allemaal omwegen. Volgens mij heeft hij mij heel Lelystad laten zien. Ineens stond er een jongen naast de weg. Ik zag dat [medeverdachte 1] stopte en de jongen rechts naast mij in liet stappen. Ik zag dat dit ook een broertje van [medeverdachte 1] was. Ik herken hem namelijk omdat ik hem al eens had gezien toen ik de weedplantjes water gaf. Ik zag dat de jongen mij een hand gaf. Ik hoorde hem zeggen dat hij me lang niet had gezien.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/da1df7dac4fbdca1e43cf113377ed41b809e5dbd90ae136e1064f63e122166c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt da1df7dac4fbdca1e43cf113377ed41b809e5dbd90ae136e1064f63e122166c9, en de alinea staat in dat document op bytes 11813 tot 12622.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/da1df7dac4fbdca1e43cf113377ed41b809e5dbd90ae136e1064f63e122166c9 | shasum -a 256