Citaat | Hoge Raad 6 maart 2012

Alinea 47 Hoge Raad 6 maart 2012

Een alinea uit Hoge Raad 6 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT6458.

Toen de auto helemaal stil stond werd ik uit de kofferbak gehaald. Volgens mij waren ze boos omdat ze mijn telefoon hadden gehoord. Ze hebben mijn telefoon afgepakt. Nadat ze mijn telefoon hadden afgepakt begonnen ze me nog harder te slaan. Ze hebben ook gekeken in mijn telefoon. Het rare aan mijn telefoon is dat hij zelf de nummers wist welke ik gebeld heb of door ben gebeld. Ik weet niet hoe dit kan, maar hierdoor werden de jongens nog achterdochtiger en begonnen nog meer en harder tegen me te schreeuwen. Iedere keer werden de klappen harder. Ook kreeg ik nog meer tape op mijn gezicht en handen. Ik heb zo veel en hard gehuild en geschreeuwd. Ik was zo bang. Ik dacht dat ik dood ging. Ook hebben ze nog een tang op mijn handen gezet. Dit was een soort tang waarmee je takken kan knippen. Deze tang zetten ze op mijn pink. Ik heb ze gesmeekt om me niks aan te doen en om me vrij te laten. Ik hoorde hierop een van de jongens zeggen: "Nee, we moeten hem meteen dood maken." Ik voelde toen ook een voorwerp in mijn zij. Ik had het gevoel dat dit een vuurwapen was, maar dit heb ik niet gezien. Toen werd mij ook nog eens gezegd dat er spullen gestolen waren van een weedplantage. Ze zeiden dat ik er meer vanaf zou weten. Maar dit is niet waar en dat heb ik ook tegen ze gezegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/da1df7dac4fbdca1e43cf113377ed41b809e5dbd90ae136e1064f63e122166c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt da1df7dac4fbdca1e43cf113377ed41b809e5dbd90ae136e1064f63e122166c9, en de alinea staat in dat document op bytes 16548 tot 17847.