Citaat | Hoge Raad 6 maart 2012
Alinea 93 Hoge Raad 6 maart 2012
Een alinea uit Hoge Raad 6 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT6458.
Op 14 februari 2008, omstreeks 20.15 uur, kregen wij van de regionale Meldkamer Politie Flevoland het verzoek te gaan naar de Parlaan te Lelystad. Ter plaatse troffen we een man wiens beide handen waren vastgebonden door middel van een soort tape. Verder zagen wij dat het gelaat van de man onder het bloed zat. De kleding van de man was geheel nat en de man droeg geen schoenen. Verder zat om het gelaat van de man tape. Wij hoorden dat de man vertelde dat hij was ontvoerd en ter hoogte van de rotonde Houtribweg/Parlaan uit de kofferbak van een auto was gerold. Verder vertelde hij dat hierna in een sloot was gedoken om aan zijn belagers te ontkomen. De man vertelde dat hij was genaamd [slachtoffer], geboren [geboortedatum] 1968. De man vertelde dat zijn belagers broers waren van Marokkaanse afkomst. Eén van de broers was volgens hem genaamd [medeverdachte 1].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/da1df7dac4fbdca1e43cf113377ed41b809e5dbd90ae136e1064f63e122166c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt da1df7dac4fbdca1e43cf113377ed41b809e5dbd90ae136e1064f63e122166c9, en de alinea staat in dat document op bytes 32036 tot 32918.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/da1df7dac4fbdca1e43cf113377ed41b809e5dbd90ae136e1064f63e122166c9 | shasum -a 256