Citaat | Hoge Raad 20 maart 2012

Alinea 40 Hoge Raad 20 maart 2012

Een alinea uit Hoge Raad 20 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT6468.

Verdachte heeft verklaard dat hij dit wapen tegenover [slachtoffer] wilde gebruiken als "overtuigingsmiddel" en ging er vanuit dat het mogelijk geladen zou zijn. Met het wapen - en volgens hem ook met geld - is hij weer teruggereden naar de [B] in Den Haag op zoek naar [slachtoffer]. Aldaar aangekomen zag hij de scooter van [slachtoffer] niet staan en is verdachte naar coffeeshop [A] gegaan omdat hij vermoedde dat [slachtoffer] zich daar mogelijk bevond, hetgeen juist bleek te zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/893dd57fdcde2f60123f8a326dad2641a7a741a55ca66e357c2cfb69c70e6b26. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 893dd57fdcde2f60123f8a326dad2641a7a741a55ca66e357c2cfb69c70e6b26, en de alinea staat in dat document op bytes 12431 tot 12931.