Citaat | Hoge Raad 14 februari 2012

Alinea 25 Hoge Raad 14 februari 2012

Een alinea uit Hoge Raad 14 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT6962.

Op het terrein van een tankstation op de rijksweg A15 heeft de verdachte uiteindelijk zijn auto tot stilstand gebracht en werd hij door [verbalisant 1] aangesproken op zijn gevaarlijke rijgedrag. Nadat [verbalisant 1] van de meldkamer had vernomen dat de verdachte zich in het verleden schuldig had gemaakt aan overtreding van de Opiumwet en de Wet wapens en munitie in verband met vuurwapenbezit ontstond bij hem het vermoeden dat de verdachte ook nu verdovende middelen en/of een vuurwapen in zijn bezit zou (kunnen) hebben. Dit vermoeden werd versterkt doordat verdachte geen zinnige verklaring voor zijn rijgedrag kon geven en op de verbalisant een zeer zenuwachtige indruk maakte. Op basis hiervan is het voertuig van de verdachte op grond van de Opiumwet en de Wet wapens en munitie aan een onderzoek onderworpen. Tijdens het onderzoek door de verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] werd in het dashboardkastje van het voertuig, naast een geldbedrag, een behoorlijke hoeveelheid - naar later bleek - van ongeveer 500 gram heroïne aangetroffen. In de broekzak van de verdachte werd ook nog een gripzakje met 10 gram heroïne aangetroffen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39e4f341c03e4f8dbb683979f278c307f5c9c0f9ceefbc129e7d6355926de5b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39e4f341c03e4f8dbb683979f278c307f5c9c0f9ceefbc129e7d6355926de5b5, en de alinea staat in dat document op bytes 9087 tot 10254.