Citaat | Hoge Raad 14 februari 2012
Alinea 27 Hoge Raad 14 februari 2012
Een alinea uit Hoge Raad 14 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT6962.
Naar het oordeel van het hof bestond er aansluitend, gelet op het aantreffen van de verdovende middelen bij verdachte, een dringende noodzaak voor een doorzoeking van de woning van de verdachte als bedoeld in artikel 97 van het Wetboek van Strafvordering. Naar algemene ervaringsregels bestaat immers altijd een gerede kans dat bij uitstel daarvan in de woning aanwezige verdovende middelen of andere contrabande niet of slechts met moeite te achterhalen zijn. Vast staat dat de rechter-commissaris de hulpofficier van justitie mondeling heeft gemachtigd om de desbetreffende woning te doorzoeken op grond van artikel 97 van het Wetboek van Strafvordering. Aansluitend is in de woning een hoeveelheid van ongeveer 37,47 gram cocaïne aangetroffen en inbeslaggenomen. Het hof stelt vast dat zich in het dossier geen met redenen omklede machtiging van de rechter-commissaris zoals bedoeld in artikel 97, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering bevindt. Dit levert een onherstelbaar verzuim op in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Wat betreft de daaraan te verbinden rechtsgevolgen zal het hof volstaan met de enkele vaststelling van dit vormverzuim."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39e4f341c03e4f8dbb683979f278c307f5c9c0f9ceefbc129e7d6355926de5b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39e4f341c03e4f8dbb683979f278c307f5c9c0f9ceefbc129e7d6355926de5b5, en de alinea staat in dat document op bytes 10835 tot 12029.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/39e4f341c03e4f8dbb683979f278c307f5c9c0f9ceefbc129e7d6355926de5b5 | shasum -a 256