Citaat | Hoge Raad 14 februari 2012

Alinea 30 Hoge Raad 14 februari 2012

Een alinea uit Hoge Raad 14 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT6962.

3.6. In aanmerking genomen 's Hofs vaststelling dat de Rechter-Commissaris mondeling de in art. 97 Sv bedoelde machtiging heeft verleend voor de doorzoeking van de woning van de verdachte, is het oordeel van het Hof dat aan het vormverzuim geen rechtsgevolgen als in art. 359a, eerste lid, Sv bedoeld, behoeven te worden verbonden en dat met de constatering van het vormverzuim kan worden volstaan, gelet op hetgeen blijkens het middel is aangevoerd niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39e4f341c03e4f8dbb683979f278c307f5c9c0f9ceefbc129e7d6355926de5b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39e4f341c03e4f8dbb683979f278c307f5c9c0f9ceefbc129e7d6355926de5b5, en de alinea staat in dat document op bytes 13031 tot 13514.