Citaat | Hoge Raad 31 januari 2012

Alinea 46 Hoge Raad 31 januari 2012

Een alinea uit Hoge Raad 31 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT7126.

In de vorderingen heeft de OvJ aangeduid dat het in deze de verdenking betreft van het misdrijf als beschreven in artikel 307 Sr (dood door schuld; op voornoemd feit is geen voorlopige hechtenis toegelaten zodat aan de gestelde eis van artikel 126nf eerste lid Sv niet wordt voldaan. Aangezien de toepassing van art. 126nd zesde lid Sv is uitgesloten in art. 126nf vierde lid Sv kan ook een vordering, gebaseerd op artikel 126nf jo. 126nd Sv niet worden toegewezen. De omstandigheid dat het in deze een complexe zaak betreft en er geen andere wettelijke grondslagen voor het doen van de vorderingen in onderhavige zaak voorhanden zijn, doet daar niet aan af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/50cf3deeda05271ba2042d14b87370630f2bc1b3fc72dda08f4087b5265860b0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 50cf3deeda05271ba2042d14b87370630f2bc1b3fc72dda08f4087b5265860b0, en de alinea staat in dat document op bytes 13794 tot 14465.