Citaat | Hoge Raad 17 februari 2012

Alinea 51 Hoge Raad 17 februari 2012

Een alinea uit Hoge Raad 17 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT8464.

Het miskent dat de aflevering waartoe art. 8:1095 BW de vervoerder verplicht geen eenzijdige handeling van de vervoerder is maar moet berusten op wilsovereenstemming tussen partijen in die zin dat de vervoerder de macht over het vervoerde goed met uitdrukkelijke of stilzwijgende instemming van de geadresseerde opgeeft en deze in de gelegenheid stelt de feitelijke macht over het goed uit te oefenen. Aan de hand van de inhoud van de desbetreffende vervoerovereenkomst en de feitelijke omstandigheden van het geval moet worden vastgesteld of aflevering in voormelde zin daadwerkelijk heeft plaatsgevonden (vgl. HR 24 maart 1995, LJN ZC1677, NJ 1996/317, alsmede Parl. Gesch. Boek 8, blz. 67).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/95b1cbbedf08a86ffdd5879bd945607ed63128150954aea3af92669fbb9a4afa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 95b1cbbedf08a86ffdd5879bd945607ed63128150954aea3af92669fbb9a4afa, en de alinea staat in dat document op bytes 14673 tot 15380.