Citaat | Hoge Raad 27 maart 2012

Alinea 76 Hoge Raad 27 maart 2012

Een alinea uit Hoge Raad 27 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT8765.

3.3. Het Hof heeft geoordeeld dat, tegen de achtergrond van de door hem vastgestelde omstandigheden van het geval, de verklaring van de verdachte over de beweerdelijke legale herkomst van de gelden als onaannemelijk terzijde moet worden geschoven en dat het ervoor moet worden gehouden dat de gelden - middellijk of onmiddellijk - (deels) afkomstig moeten zijn uit enig misdrijf als bedoeld in art. 420bis Sr. Daarin ligt als 's Hofs oordeel besloten dat het niet anders kan zijn dan dat de desbetreffende geldbedragen in de gegeven omstandigheden - middellijk of onmiddellijk - uit enig misdrijf afkomstig waren als bedoeld in art. 420bis, eerste lid onder b, Sr. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f1e5f9dc2e1e3184e6cb63c0e2b3ebd7ec1622bc6fe19fa804188aed563ec75. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f1e5f9dc2e1e3184e6cb63c0e2b3ebd7ec1622bc6fe19fa804188aed563ec75, en de alinea staat in dat document op bytes 16558 tot 17327.