Citaat | Hoge Raad 27 maart 2012

Alinea 84 Hoge Raad 27 maart 2012

Een alinea uit Hoge Raad 27 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT8765.

Verdachte heeft gesteld dat er een omvangrijke tegenvordering was vanwege schade die [H] had geleden toen deze vennootschap op verzoek van [G] was gestopt met de doorverkoop van bijna nieuwe machines naar de Verenigde Staten en [G] [H] daarvoor onvoldoende compenseerde. Daardoor was er volgens verdachte geen sprake van verduistering van gelden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f1e5f9dc2e1e3184e6cb63c0e2b3ebd7ec1622bc6fe19fa804188aed563ec75. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f1e5f9dc2e1e3184e6cb63c0e2b3ebd7ec1622bc6fe19fa804188aed563ec75, en de alinea staat in dat document op bytes 19666 tot 20025.