Citaat | Hoge Raad 24 januari 2012

Alinea 28 Hoge Raad 24 januari 2012

Een alinea uit Hoge Raad 24 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT8951.

Het hof acht voorts van belang dat de gewraakte verklaringen van [getuige 1] in belangrijke mate steun vinden in de hiervoor onder 10 weergegeven verklaring van [getuige 2]. Laatstgenoemde bevestigt immers dat er eind mei 2007 in Verviers een gesprek heeft plaatsgevonden tussen de verdachte en diens neef, waarbij [getuige 2] aanwezig was op de achterbank van de auto. De verdachte en [getuige 1] spraken toen met elkaar in het Riffijns, een taal die [getuige 2] niet verstond, waaruit [getuige 2] begreep dat het gesprek privé was. [Getuige 2] bevestigt voorts dat [getuige 1] gespannen en bezorgd leek en na het gesprek naar diens appartement is gegaan. De verdachte zei toen tegen [getuige 2] dat hij een stommiteit had begaan en niet op zijn familie kon rekenen, waarna [getuige 1] uit diens appartement kwam en een tas aan de verdachte gaf.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6f0bb327dcee2fcfaccd47d5882ec35de1c70123983d5c51fc47d83fea92c7d5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6f0bb327dcee2fcfaccd47d5882ec35de1c70123983d5c51fc47d83fea92c7d5, en de alinea staat in dat document op bytes 10202 tot 11062.