Citaat | Hoge Raad 24 januari 2012
Alinea 31 Hoge Raad 24 januari 2012
Een alinea uit Hoge Raad 24 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT8951.
De verdediging heeft voorts aangevoerd dat [getuige 1] er belang bij had om de verdachte valselijk te belasten. De verdachte heeft in dit verband gesteld dat zijn neef hem geld verschuldigd was in verband met een door de verdachte verstrekte geldlening die verband zou houden met de handel in illegalen en drugs door [getuige 1] en diens broer. Daarover zouden de verdachte en [getuige 1] ruzie hebben gehad.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6f0bb327dcee2fcfaccd47d5882ec35de1c70123983d5c51fc47d83fea92c7d5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6f0bb327dcee2fcfaccd47d5882ec35de1c70123983d5c51fc47d83fea92c7d5, en de alinea staat in dat document op bytes 11903 tot 12324.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6f0bb327dcee2fcfaccd47d5882ec35de1c70123983d5c51fc47d83fea92c7d5 | shasum -a 256