Citaat | Hoge Raad 22 mei 2012

Alinea 91 Hoge Raad 22 mei 2012

Een alinea uit Hoge Raad 22 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU2016.

4.3.2. Voor de schuldvorm "roekeloosheid" geldt op zichzelf hetzelfde, zij het dat daarbij moet worden betrokken dat deze roekeloosheid in de hiervoor weergegeven wetsgeschiedenis als "de zwaarste vorm van het culpose delict" wordt aangemerkt die tot onder meer een verdubbeling van het maximum van de op te leggen vrijheidsstraf heeft geleid. Mede met het oog op het strafverhogende effect van dit bestanddeel moeten daarom aan de vaststelling dat sprake is van roekeloosheid, dus de zwaarste vorm van schuld, bepaaldelijk eisen worden gesteld en dient de rechter in voorkomende gevallen daaraan in zijn motivering van de bewezenverklaring nadere aandacht te geven. Dat geldt ook in de gevallen waarin de roekeloosheid in de kern bestaat uit de in art. 175, derde lid, WVW 1994 omschreven gedragingen, nu die gedragingen grond vormen voor een verdere verhoging van het ingevolge het tweede lid van dat artikel voor roekeloosheid geldende strafmaximum.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/11419ea00aefac9856941691eb3a0aedba17d3b201e05deddd24d1a0853a4685. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 11419ea00aefac9856941691eb3a0aedba17d3b201e05deddd24d1a0853a4685, en de alinea staat in dat document op bytes 26741 tot 27706.