Citaat | Hoge Raad 20 januari 2012

Alinea 55 Hoge Raad 20 januari 2012

Een alinea uit Hoge Raad 20 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU3100.

3.3.3 Hoewel onderdeel 1.1 gegrond is, leidt dat niet tot vernietiging. Uit het bestreden arrest blijkt immers dat het hof zijn oordeel dat [eiser] (nader) tegenbewijs moet leveren, niet alleen heeft gebaseerd op zijn (onjuiste) opvatting over de dwingende bewijskracht van de akte van levering, maar ook op zijn voorlopige oordeel over de uitleg van die akte, te weten dat (de waarde van) het voorkeursrecht in hun onderlinge verhouding aan [eiser] en [verweerster] voor gelijke delen toekomt (rov. 4.5 en begin van 4.6). Nu, zoals hierna zal blijken, de tegen laatstgenoemd oordeel gerichte klachten geen doel treffen, kan onderdeel 1.1 bij gebrek aan belang niet tot cassatie leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/091fedda6c25dbcd6a0c53e2451685ba118f57790d3fd82cbd11c080d40abbe0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 091fedda6c25dbcd6a0c53e2451685ba118f57790d3fd82cbd11c080d40abbe0, en de alinea staat in dat document op bytes 14823 tot 15523.