Citaat | Hoge Raad 30 maart 2012

Alinea 52 Hoge Raad 30 maart 2012

Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU3160.

3.3.3 Ingeval appellant in hoger beroep opkomt tegen het oordeel dat zijn wederpartij is geslaagd in het bewijs dat hij naar het oordeel van de rechter in eerste aanleg, gelet op de bewijslastverdeling ter zake, diende te leveren, brengt de devolutieve werking van het hoger beroep mee dat de appelrechter ten gunste van de geïntimeerde dient te beoordelen of de bewijslastverdeling waarvan de rechter in eerste aanleg is uitgegaan, juist is, ook indien de geïntimeerde dit niet in hoger beroep aan de orde heeft gesteld (HR 24 december 1999, LJN AA4007, NJ 2000/428, HR 11 juni 2004, LJN AO6015, NJ 2005/282 en HR 30 januari 2009, LJN BG5053, NJ 2010/497). Hetzelfde geldt in het zich hier voordoende, nauw verwante geval dat de rechter in eerste aanleg zich uitdrukkelijk en zonder voorbehoud heeft uitgelaten over de gevolgen van de bewijslevering. De appelrechter dient dan, indien nodig, na te gaan of dat oordeel juist is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7d19adcc39d47afa173a4710e4e306c8959ff8ee44e95bba1db40c97e32b2a14. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7d19adcc39d47afa173a4710e4e306c8959ff8ee44e95bba1db40c97e32b2a14, en de alinea staat in dat document op bytes 18224 tot 19168.