Citaat | Hoge Raad 3 april 2012

Alinea 33 Hoge Raad 3 april 2012

Een alinea uit Hoge Raad 3 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU3452.

"Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof daarbij nog overweegt dat er - in tegenstelling tot hetgeen de advocaat-generaal heeft betoogd - wel degelijk sprake is van - in ieder geval - aspecten van hervonden herinneringen. Het enkele feit dat hierover destijds reeds gesprekken zijn gevoerd, betekent niet dat er per definitie geen sprake is van hervonden herinneringen. Uit de zich in het dossier bevindende stukken blijkt dat in die gesprekken niet over alle details is gesproken, in ieder geval niet voor wat betreft de penetratie en het pijpen. Ook uit de verklaringen van het slachtoffer kan worden opgemaakt dat het gaat om - aspecten van - hervonden herinneringen. Zo heeft het slachtoffer verklaard dat zij het 'pas weer weet sinds haar 12e/ 13e jaar' en dat zij 'van haar 6e tot haar 12e niets meer weet.'

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/882358c2f4a2c41e0ea166a3eda99091e42d0a4ec5a6e441ff0f717b49738d57. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 882358c2f4a2c41e0ea166a3eda99091e42d0a4ec5a6e441ff0f717b49738d57, en de alinea staat in dat document op bytes 12321 tot 13221.