Citaat | Hoge Raad 3 april 2012
Alinea 48 Hoge Raad 3 april 2012
Een alinea uit Hoge Raad 3 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU3452.
De bandopname wordt niet per definitie als processtuk aangemerkt. Wel brengen beginselen van behoorlijke procesorde met zich mee dat kennisneming van de bandopname niet aan de verdediging mag worden onthouden. De officier van justitie en de rechter-commissaris kunnen besluiten (een deel) van de opname in het strafdossier op te nemen, bijvoorbeeld als een deel van het proces-verbaal wordt betwist door de verdediging. De band wordt bewaard totdat de zaak in hoogste instantie onherroepelijk is afgedaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/882358c2f4a2c41e0ea166a3eda99091e42d0a4ec5a6e441ff0f717b49738d57. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 882358c2f4a2c41e0ea166a3eda99091e42d0a4ec5a6e441ff0f717b49738d57, en de alinea staat in dat document op bytes 15642 tot 16161.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/882358c2f4a2c41e0ea166a3eda99091e42d0a4ec5a6e441ff0f717b49738d57 | shasum -a 256