Citaat | Hoge Raad 10 januari 2012
Alinea 22 Hoge Raad 10 januari 2012
Een alinea uit Hoge Raad 10 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU3474.
Uit het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep kan worden afgeleid dat de verdachte zijn voet tussen de deur van de woning van de aangeefster heeft gezet, toen de aangeefster tegen de deur heeft geduwd om deze dicht te doen. Naar het oordeel van het hof kan dit handelen van aangeefster niet worden aangemerkt als een wederrechtelijke aanranding waartegen de verdachte genoodzaakt was zich te verdedigen. En voor zover namens de verdachte is aangevoerd dat de aangeefster tijdens het dichtduwen van de deur de verdachte naar de keel heeft gegrepen, is deze lezing niet geloofwaardig, gelet op de verklaring van de verdachte bij de politie van 26 december 2007 te 20:25 uur en de verklaring van de aangeefster [slachtoffer] bij de politie d.d. 27 december 2007, welke verklaring zij ter terechtzitting in hoger beroep onder ede heeft gehandhaafd. Mitsdien wordt het beroep op noodweer/noodweerexces verworpen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4c814cc23d3a1e4a58380b74e4c50f02649c40f140f8df20c487b82952e134ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4c814cc23d3a1e4a58380b74e4c50f02649c40f140f8df20c487b82952e134ed, en de alinea staat in dat document op bytes 8019 tot 8948.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4c814cc23d3a1e4a58380b74e4c50f02649c40f140f8df20c487b82952e134ed | shasum -a 256