Citaat | Hoge Raad 10 januari 2012

Alinea 50 Hoge Raad 10 januari 2012

Een alinea uit Hoge Raad 10 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU3474.

Ik zei tegen [verdachte] dat ik het niet wist. Ik vertelde hem dit ook. Ik hoorde dat hij zei: "Waar ben je met je hoofd? Ik heb je het toch al een keer gezegd, heb je het niet gehoord ofzo?" Of woorden van gelijke strekking. Hij was boos en zei heel veel dingen. Ik legde hem uit dat ze gingen spelen met hun neefjes en nichtjes. Dat het zonde zou zijn om [betrokkene 1] een wit pak aan te laten trekken. Het maakte voor mij ook niet uit. Ik had het pak nog gepakt en tegen [verdachte] gezegd dat hij het kon meenemen. Hij bleef maar door gaan met schelden. Ik zei tegen hem: "Doe niet zo onbeschoft."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4c814cc23d3a1e4a58380b74e4c50f02649c40f140f8df20c487b82952e134ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4c814cc23d3a1e4a58380b74e4c50f02649c40f140f8df20c487b82952e134ed, en de alinea staat in dat document op bytes 16625 tot 17240.