Citaat | Hoge Raad 14 februari 2012

Alinea 56 Hoge Raad 14 februari 2012

Een alinea uit Hoge Raad 14 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU3987.

2.4.3. Aldus bestaan er duidelijke verschillen tussen de berechting van de hoofdzaak en de beslissing naar aanleiding van een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Gelet op de in het tweede en derde lid van art. 36e Sr genoemde categorieën feiten op basis waarvan een ontnemingsvordering kan worden ingediend, moet worden geoordeeld dat strafbare feiten in een ontnemingszaak zich niet op een vergelijkbare wijze tot elkaar verhouden als "gevoegde zaken" in de zin van art. 407 Sv. Evenmin kan worden gezegd dat bij het lager vaststellen van het bedrag ter ontneming door de rechter, de rechter heeft "vrijgesproken" voor het overige deel van de vordering en dat die onderdelen aldus niet meer aan het oordeel van de rechter in hoger beroep zijn onderworpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc33aa8ca5cb6e429d497f726017bf92bff7fbb64c9e7849d385d8b59f273aea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc33aa8ca5cb6e429d497f726017bf92bff7fbb64c9e7849d385d8b59f273aea, en de alinea staat in dat document op bytes 18555 tot 19353.