Citaat | Hoge Raad 17 januari 2012
Alinea 138 Hoge Raad 17 januari 2012
Een alinea uit Hoge Raad 17 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU4211.
Ik zag op een gegeven moment een brief met een sofi-nummer van de belastingdienst van een uitzendkracht van [A] in een personeelsdossier. Ik zag dat in die brief 2 verschillende namen stonden vermeld. Bovendien was die brief overduidelijk voorzien van verschillende/afwijkende lettertypen. Ik zag duidelijk dat het een valse sofi-brief was. Ik kan mij de naam van de uitzendkracht van [A] niet meer herinneren. Hij had in ieder geval geen Hollandse naam. Mijn collega [betrokkene 14] heeft over dit sofi-nummer telefonisch contact gehad met de belastingdienst. Hieruit bleek dat de naam niet bij dat sofi-nummer hoorde. De houder van dat sofi-nummer werd door de belastingdienst niet bekend gemaakt. Die uitzendkracht werkte bij een opdrachtgever van [A]. Ik heb tegen [verdachte] verteld dat het niet goed zat met dat sofi-nummer. [verdachte] vertelde toen tegen mij dat hij het na zou vragen bij die uitzendkracht. Ik heb daar echter niets meer van gehoord. Die uitzendkracht bleef wel aan het werk bij [A].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/508aff39a4c979cdfcb8b63ac507efd6463457a4880c31c5128c1aa96b19b8bb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 508aff39a4c979cdfcb8b63ac507efd6463457a4880c31c5128c1aa96b19b8bb, en de alinea staat in dat document op bytes 33433 tot 34455.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/508aff39a4c979cdfcb8b63ac507efd6463457a4880c31c5128c1aa96b19b8bb | shasum -a 256