Citaat | Hoge Raad 17 januari 2012

Alinea 140 Hoge Raad 17 januari 2012

Een alinea uit Hoge Raad 17 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU4211.

Het klopt dat ik van 8 april 2002 tot 8 juli 2002 bij [A] heb gewerkt. Het duurde soms lang voordat ik de papieren van de mensen kreeg die via via waren ingezet. Het viel mij op dat [verdachte] niet kritisch keek naar wat voor papieren hij van die mensen kreeg. Het was voor hem voldoende als hij papieren kreeg. Ik heb hem nooit kritisch naar die papieren zien kijken, althans niet naar de inhoud ervan. Mijn collega [betrokkene 14] liet mij zien dat bij een uitzendkracht er een sofi-brief was waar twee verschillende namen op stonden. Ik heb dit toen aan [verdachte] gemeld en hij zou het met de uitzendkracht daarover hebben. Ik heb daarna niet meer zo lang voor [verdachte] gewerkt maar ik heb in ieder geval nadien geen nieuwe sofi-brief gezien. Ondertussen bleef die uitzendkracht wel gewoon werken voor [verdachte].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/508aff39a4c979cdfcb8b63ac507efd6463457a4880c31c5128c1aa96b19b8bb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 508aff39a4c979cdfcb8b63ac507efd6463457a4880c31c5128c1aa96b19b8bb, en de alinea staat in dat document op bytes 34644 tot 35480.