Citaat | Hoge Raad 17 januari 2012
Alinea 143 Hoge Raad 17 januari 2012
Een alinea uit Hoge Raad 17 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU4211.
Op het kantoor van [A] waren 2 meisjes werkzaam, onder wie [betrokkene 16]. [betrokkene 16] was werkzaam als intercedente. Ik heb tijdens de intakegesprekken die door [betrokkene 16] met werkzoekenden werden gevoerd, gehoord dat er zich personen met een vals of vervalst document als werkzoekenden wilden inschrijven. Aan die persoon werd dan meegedeeld dat hij niet de persoon was op het aangeboden identiteitsdocument. Vervolgens werd na enige tijd duidelijk dat deze mensen aan het werk werden gezet ondanks het feit dat [verdachte] zeer goed wist dat ze met de getoonde documenten niet mochten werken. Ik weet dat door [betrokkene 16] personen zijn gebeld dat ze moesten gaan werken bij onder andere [D] die mijns inziens niet de beschikking hadden over een juist identiteitsdocument. Als [betrokkene 16] het niet vertrouwde belde ze naar de Vreemdelingenpolitie in Eindhoven. Echter als [verdachte] er was deelde hij mede dat [betrokkene 16] de werkzoekende moest inschrijven, ook als hij wist dat met een identiteitsdocument iets niet in orde was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/508aff39a4c979cdfcb8b63ac507efd6463457a4880c31c5128c1aa96b19b8bb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 508aff39a4c979cdfcb8b63ac507efd6463457a4880c31c5128c1aa96b19b8bb, en de alinea staat in dat document op bytes 36046 tot 37113.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/508aff39a4c979cdfcb8b63ac507efd6463457a4880c31c5128c1aa96b19b8bb | shasum -a 256