Citaat | Hoge Raad 17 januari 2012
Alinea 149 Hoge Raad 17 januari 2012
Een alinea uit Hoge Raad 17 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU4211.
Op een gegeven moment kwam de Vreemdelingendienst samen met iemand van het Gak uit Eindhoven. Zij wilden een aantal kopieën van uitzendkrachten zien. Dat had te maken met uitzendkrachten die werkzaam waren bij [D] of [E]. De namen hoorden niet bij het sofi-nummer of het paspoort was onjuist. Met de Vreemdelingendienst had ik afgesproken dat ik van alle werkende uitzendkrachten van [verdachte] het identiteitsbewijs ter beoordeling naar hen zou faxen. Ook daar bleek een aantal onjuiste identiteitsbewijzen tussen te zitten. [verdachte] was de baas van het uitzendbureau. Niemand anders.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/508aff39a4c979cdfcb8b63ac507efd6463457a4880c31c5128c1aa96b19b8bb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 508aff39a4c979cdfcb8b63ac507efd6463457a4880c31c5128c1aa96b19b8bb, en de alinea staat in dat document op bytes 38242 tot 38845.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/508aff39a4c979cdfcb8b63ac507efd6463457a4880c31c5128c1aa96b19b8bb | shasum -a 256