Citaat | Hoge Raad 17 januari 2012
Alinea 176 Hoge Raad 17 januari 2012
Een alinea uit Hoge Raad 17 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU4211.
3.4. Het middel faalt. De als bewijsmiddel 17 opgenomen - hiervoor onder 2.2.1 weergegeven - verklaring van [betrokkene 15] houdt, naast de betwiste passage, tevens onder meer in dat deze wist dat door de op het kantoor van de verdachte werkzame intercedente [betrokkene 16] personen zijn gebeld dat ze moesten gaan werken bij onder andere [D], welke personen volgens de getuige niet de beschikking hadden over een juist identiteitsdocument, dat als [betrokkene 16] het niet vertrouwde ze naar de Vreemdelingenpolitie in Eindhoven belde, maar dat als [verdachte] er was deze mededeelde dat [betrokkene 16] de werkzoekende moest inschrijven, ook als hij wist dat met een identiteitsdocument iets niet in orde was. Blijkens het geheel van zijn verklaring kan niet worden gezegd dat het Hof bij de samengevatte weergave van de desbetreffende passage in het bestreden arrest daaraan een wezenlijk andere betekenis heeft gegeven dan de betekenis die [betrokkene 15] daaraan kennelijk heeft bedoeld te geven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/508aff39a4c979cdfcb8b63ac507efd6463457a4880c31c5128c1aa96b19b8bb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 508aff39a4c979cdfcb8b63ac507efd6463457a4880c31c5128c1aa96b19b8bb, en de alinea staat in dat document op bytes 46941 tot 47956.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/508aff39a4c979cdfcb8b63ac507efd6463457a4880c31c5128c1aa96b19b8bb | shasum -a 256