Citaat | Hoge Raad 17 januari 2012

Alinea 180 Hoge Raad 17 januari 2012

Een alinea uit Hoge Raad 17 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU4211.

4.2.2. Het Hof heeft uit deze omstandigheden in onderling verband kunnen afleiden dat de verdachte zijn handelwijze met betrekking tot het tenlastegelegde ook na die brief niet heeft aangepast en aldus in de bewezenverklaarde periode niet heeft zorg gedragen voor het vereiste toezicht op het hanteren van geldige identiteitspapieren. De opvatting van het middel dat voor bewezenverklaring van het opzet in het onderhavige geval is vereist dat vaststaat dat de valse of vervalste documenten na de datum van die brief in de administratie zijn opgenomen, omdat deze documenten voordien niet op hun echtheid behoefden te worden gecontroleerd, is onjuist. Het oordeel van het Hof dat de verdachte in de bewezenverklaarde periode (voorwaardelijk) opzettelijk valse of vervalste identiteitsdocumenten voorhanden heeft gehad in zijn administratie geeft dan ook niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en dat oordeel is ook niet onbegrijpelijk en is toereikend gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/508aff39a4c979cdfcb8b63ac507efd6463457a4880c31c5128c1aa96b19b8bb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 508aff39a4c979cdfcb8b63ac507efd6463457a4880c31c5128c1aa96b19b8bb, en de alinea staat in dat document op bytes 50458 tot 51440.