Citaat | Hoge Raad 3 februari 2012
Alinea 54 Hoge Raad 3 februari 2012
Een alinea uit Hoge Raad 3 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU4909.
Indien Exel en EFM deel hadden uitgemaakt van een ondoorzichtige groep van organisaties met een eveneens ondoorzichtige bevoegdhedenverdeling had zulks onder omstandigheden kunnen bijdragen aan het oordeel dat schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid als hiervoor bedoeld, aanwezig was. Daaruit volgt echter niet dat de omstandigheid dat, zoals het hof heeft vastgesteld, Exel en EFM juist niet deel hebben uitgemaakt van een ondoorzichtige groep van organisaties, het tegengestelde oordeel - dat zulke schijn niet aanwezig was - mede kan rechtvaardigen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/37813f2f252c91d8a776c2efc427b63713d48cf527cfb0662d51c8c15397b96d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 37813f2f252c91d8a776c2efc427b63713d48cf527cfb0662d51c8c15397b96d, en de alinea staat in dat document op bytes 18396 tot 18964.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/37813f2f252c91d8a776c2efc427b63713d48cf527cfb0662d51c8c15397b96d | shasum -a 256